Wetgeving & bedragen

Wetswijzigingen - 2000

Periode maart 2000 - Gezinsbijslagen

1 MAART 2000

Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 42bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van artikel 17, § 1 bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders (B.S., 6 april 2000).

Door dit koninklijk besluit wordt de gezinsbijlagregeling met betrekking tot het recht op bijkomende kinderbijslag vanaf de zevende maand van vergoede volledig werkloosheid, aangepast aan de wijzigingen in de werkloosheidsreglementering (artikel 91 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering).

Vanaf 1 mei 1999 werd de drempel in de werkloosheidsreglementering vanaf welk punt de werkloze een nieuwe aanvraag moet indienen indien hij opnieuw werkloosheidsuitkeringen wenst te genieten, gebracht op 28 niet vergoede dagen in plaats van 14 dagen.

Het koninklijk besluit van 19 maart 1996 tot uitvoering van artikel 42bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders wordt opgeheven en vervangen door de volgende principes :

  • Onderbreking van de vergoede volledig werkloosheid
  • De gevolgen van de onderbreking van de vergoede volledig werkloosheid ten aanzien van het bereiken van de periode van zes maanden voor de opening op het recht op de bijkomende kinderbijslag in hoofde van de rechthebbende werkloze zijn als volgt geregeld.

    De periodes die het aantal opeenvolgende kalenderdagen vastgesteld door de werkloosheidsreglementering (27 dagen, waarbij de 28ste dag van niet-vergoeding in de werkloosheidsreglementering reeds leidt tot het indienen van een nieuwe aanvraag, krachtens het voormelde ministerieel besluit van 26 november 1991) niet te boven gaan, worden in aanmerking genomen als dagen van vergoede volledig werkloosheid.

    De dagen van arbeidsongeschiktheid worden in aanmerking genomen als dagen van vergoede volledig werkloosheid.

  • Tussenperiode tussen arbeidsongeschiktheid en vergoede volledig werkloosheid
  • De dagen van arbeidsongeschiktheid worden in aanmerking genomen als vergoede volledig werkloosheid, voorzover de eventuele tussenperiode tussen die dagen en de vergoede volledige werkloosheid het aantal opeenvolgende kalenderdagen vastgesteld door de werkloosheidsreglementering (27 dagen) niet te boven gaat.

  • Behoud van de bijkomende bijslag na zes maanden activiteit
  • De werkloze die voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op de bijkomende kinderbijslag voor de rechthebbende werkloze, op het ogenblik waarop hij met de activiteit begint, verkrijgt opnieuw recht op die bijkomende kinderbijslag wanneer hij opnieuw uitkeringsgerechtigd werkloze wordt binnen een termijn die geen zes maanden te boven gaat, te rekenen vanaf de onderbreking van de vorige periode van vergoede volledig werkloosheid.

    Voor de bepaling van de ingang van de periode van zes maanden van activiteit worden de periodes gelegen tussen het einde van de vergoede volledig werkloosheid en het begin van de activiteit in aanmerking genomen, voorzover deze periodes van het aantal opeenvolgende kalenderdagen vastgesteld door de werkloosheidsreglementering (27 dagen) niet te boven gaan.